Preventieve zorg

Preventieve zorg

Vaccinatie

Wij raden aan om paarden te vaccineren tegen 3 ziekteverwekkers: influenza, tetanus en rhinopneumonie.

Influenza (griep)
Dit is een virus die bij het paard een acute infectie van de bovenste luchtwegen teweeg brengt.
De symptomen gaan van koorts tot neusvloei. Mocht uw dier besmet zijn, neem dan contact op met uw dierenarts.
Zij zal naargelang de symptomen antibiotica en/of ontstekingsremmers voorschrijven, in combinatie met veel rust.

Tetanus
Deze ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Besmetting gebeurt via een geïnfecteerde wonde
of geïnfecteerde navel (bij pasgeboren veulens). Symptomen die we zien bij het paard zijn spierspasmen.
Mocht u dit vaststellen bij uw dier, neem dan meteen contact op met uw dierenarts. Wanneer er geen geschikte behandeling wordt toegediend, kan dit voor uw dier fataal aflopen.

Rhinopneumonie
Deze virale infectie geeft ademhalingssymptomen, koorts en gele neusvloei en indien vergevorderd ook coördinatiestoornissen. Bij drachtige merries geeft deze vaccinatie een goede bescherming tegen verwerping.

Vaccinatieschema

5 maandprimovaccin Influenza + Tetanus
6 maandeerste herhaling primovaccin
1 jaartweede herhaling primovaccin
Jaarlijkscombinatievaccin Influenza + Tetanus

De vaccinatie tegen Rhinopneumonie dient elke 6 maanden herhaald te worden om voldoende bescherming te bieden.

Ontworming

Waarom?
Alle paarden worden best regelmatig ontwormd. Ze worden immers continu blootgesteld aan de besmetting van wormen.
Ze eten op weides waar ze eerder hun feces hebben achter gelaten. Zo is de kans groot dat ze bij het grazen parasieteneitjes binnen krijgen. Ook op stal worden paarden in hun strobed aan wormen blootgesteld!

Wanneer?
Een paard dat op stal leeft hoeft maar 2 keer per jaar worden ontwormd, idealiter gelijktijdig met het desinfecteren van de box.
Voor een paard dat geregeld los loopt in de wei raden wij aan om minstens drie keer per jaar te ontwormen. Fokmerries en paarden
die in de wei leven moeten om de 3 maanden ontwormd worden. Veulens vanaf de leeftijd van 4 à 6 weken best om de twee maanden.
De belangrijkste periodes om te ontwormen zijn het najaar en het voorjaar.

Om te weten welk type ontworming bij uw situatie past, overlegt U dit best met de dierenarts. Afhankelijk van het gebruikte middel is
uw paard gedurende 2, 3 of 6 maanden beschermd. Helaas zijn niet alle wormen gevoelig voor elk middel! Wanneer larven en wormen
niet meer doodgaan na gebruik van een bepaald product, noemen we dat resistentie. Daarom maken wij in de praktijk gebruik van een enkele verschillende soorten ontworming.

Soorten ontworming
1. Ontworming op basis van ivermectine heeft een werkingsduur van 2 maanden. Dit type ontworming wordt vaak gebruikt in het najaar.

2. Ontworming op basis van moxidectine.
Dit type hoeft slechts driemaandelijks te worden gebruikt, doordat het zich opstapelt in het lichaamsvet blijft dit langer in het paard
aanwezig en is het dus ook langer werkzaam. Deze ontworming wordt vaak gebruikt rond de periode december, januari en februari.

3. Ontworming op basis van fenbendazole en pyrantel hebben een werkingsduur van 2 maanden en wordt vaak gebruikt in het voorjaar.

4. Er zijn ook combinatie-preparaten te verkrijgen, zodat naast de gangbare wormen ook de lintworm wordt bestreden.
Naargelang de werkzame stoffen werken deze preparaten 2 à 3 maanden.

Preventie tegen resistentie?
Helaas is resistentie tegen ontwormingsmiddelen een toenemend probleem, dat grotendeels te wijten is aan teveel en
onnodig ontwormen. Wormbestrijding bij het paard gebeurt vrijwel nooit op basis van fecesonderzoek, waardoor er vaker ontwormd
wordt dan eigenlijk nodig is. Het uitgangspunt van ontwormen bij paarden moet zijn om de resistentie te verminderen door het gebruik
van antihelmintica zoveel mogelijk te beperken, zonder dat dit leidt tot gevaarlijke worminfecties bij de paarden. Dit kan via selectief
gebruik van anthelmintica gecombineerd met een correct weidemanagement, hygiënemaatregelen en fecesonderzoek.